Evaluatie Taxiwet: ondernemersvergunning taxi verdwijnt

07-05-2015
taxi vergunning verdwijnt

De ondernemersvergunning taxi gaat verdwijnen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu gaat nu alvast de wet wijzigen, zodat dit jaar nog de vakbekwaamheids-eis voor ondernemers vervalt. Nieuwe taxi-ondernemers hoeven daardoor alleen een VOG te

De ondernemersvergunning taxi gaat verdwijnen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu gaat nu alvast de wet wijzigen, zodat dit jaar nog de vakbekwaamheids-eis voor ondernemers vervalt. Nieuwe taxi-ondernemers hoeven daardoor alleen een VOG te overleggen en 1500 euro aan KIWA te betalen voor de taxivergunning. De CBR-examens voor taxi-ondernemers verdwijnen. Dat blijkt uit de evaluatie van de Taxiwet, die staatssecretaris Wilma Mansveld naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ook wordt volgend jaar nut en noodzaak van de Boordcomputer Taxi-verplichting opnieuw beoordeeld. 

Om een ondernemersvergunning te kunnen krijgen, moet een ondernemer nu nog een vakbekwaamheidsdiploma halen en een VOG voor ondernemers overleggen. Zonder ondernemersvergunning mag een bedrijf geen taxivervoer verrichten. “De ondernemersvergunning draagt niet direct bij aan de kwaliteit van het taxivervoer, zoals de eisen aan de chauffeur dat wel doen”, vindt de staatssecretaris.

Eis vakbekwaamheid taxi-ondernemer

Voorgesteld wordt de eis van vakbekwaamheid voor de ondernemer af te schaffen. Mansveld: “Van een ondernemer mag verwacht worden dat hij de regelgeving al kent en dat hij een minimaal pakket aan vaardigheden heeft. Op langere termijn wordt overwogen of de ondernemersvergunning als geheel kan verdwijnen, door het afschaffen van de VOG voor taxiondernemers.” Wel blijft de vakbekwaamheid voor individuele taxichauffeurs bestaan; het chauffeursdiploma.

In totaal noemt Mansveld zeven belangrijke wijzigingen die voor het einde van het jaar via een ministeriële regeling moeten ingaan:

  1. Schrappen van het examen voor vakbekwaamheid als onderdeel van de ondernemersvergunning.
  2. Afschaffen plicht voor taxichauffeurs om fysiek vergunningbewijs beschikbaar te hebben in het voertuig.
  3. Mogelijk maken digitale alternatieven voor de verplicht fysiek aanwezige tariefkaart in de taxi.
  4. Wijzigen verplichte uitreiking van een ritbon in verplichte aanbieding, zo mogelijk in digitale vorm.
  5. Schrappen taxameterplicht bij vaste prijsafspraken in het taxivervoer. Voor al het taxivervoer geldt momenteel de plicht om een taxameter te gebruiken. Enige uitzondering is het contractvervoer. Voorgesteld wordt deze uitzondering te verbreden naar alle gevallen waarin voorafgaand aan de taxirit een vaste prijsafspraak wordt gemaakt, bijvoorbeeld door gebruikmaking van ‘apps’.

In de tweede helft van 2016, respectievelijk 2017, worden de volgende voorstellen uitgewerkt en gerealiseerd:

  1. Het schrappen van de plicht voor taxichauffeurs de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) iedere vijf jaar te vernieuwen.
  2. Het schrappen van de VOG eis voor ondernemers waarmee de ondernemersvergunning op termijn helemaal kan verdwijnen.

Evaluatie Taxiwet

De evaluatie van de Taxiwet werd erg belangrijk vanwege de opkomst van UberPop. Hierbij verrichten particulieren taxivervoer. Volgens Uber hoeven zij niet aan de Wp2000 te voldoen. Maar de staatssecretaris maakt nogmaals duidelijk dat ook UberPop-chauffeurs aan dezelfde regels moeten voldoen als reguliere taxi-ondernemers (en UberBlack-chauffeurs).

“De dienst UberPop moet vanwege het vervoer van personen tegen commerciële tarieven als taxivervoer worden beschouwd en voldoen aan de regelgeving. Door het gebruik van particuliere chauffeurs en – voertuigen voldoet het niet aan die regelgeving. De kwaliteit voor de reiziger is daardoor onvoldoende verzekerd”, schrijft Mansveld aan de Tweede Kamer.

UberPop

“Het recente besluit van Uber om alleen chauffeurs in het bezit van de wettelijk voorgeschreven chauffeurskaart taxivervoer in het kader van UberPop uit te laten voeren, is een positieve stap. Dit taxivervoer voldoet daarmee echter nog steeds niet aan de taxiregelgeving en blijft daarom verboden”, meldt Mansveld aan de Kamer.

“Ook na aanpassing van de regelgeving die dit jaar wordt doorgevoerd, is UberPop nog steeds illegaal. Zo voldoen de auto’s waarmee UberPop-chauffeurs rijden niet aan de gestelde eisen. “Een uitzonderingspositie voor UberPop zou leiden tot verstoring van het gelijke speelveld en daarmee tot oneerlijke concurrentie. Dat is ongewenst.”

Taximarkt

“De dienst UberPop moet zich aanpassen aan de taxiregelgeving om zich te kunnen handhaven op de Nederlandse taximarkt. Of de dienst moet stoppen. De ILT blijft UberPop met prioriteit aanpakken zolang dat nodig is”, zegt Mansveld.

Het komt er dus op neer dat UberPop-chauffeurs zich straks bij de Kamer van Koophandel moeten inschrijven, net zoals reguliere zzp-taxichauffeurs. En ook aan dezelfde regels moeten voldoen, zoals een vergunning kopen bij de KIWA. Verder blijkt uit de evaluatie dat de huidige tariefstructuur en de wetgeving over de Boordcomputer Taxi over een paar jaar zullen veranderen.

Boordcomputer Taxi

“Voor verdere modernisering van de regelgeving worden de evaluaties van de tariefstructuur en de Boordcomputer Taxi (BCT) gebruikt die in 2015 en 2016 worden uitgevoerd. Hierna wordt de balans opgemaakt en nut en noodzaak van regels opnieuw beoordeeld. De vraag of er nog meer flexibiliteit voor taxiondernemers kan komen zal in die fase ook op tafel liggen”, aldus Mansveld.

De evaluatie naar de tariefstructuur wordt vóór de zomer van 2015 gestart en medio 2016 afgerond. Hierin wordt nadrukkelijk gekeken naar alternatieven voor de taxameter voor berekening van de prijs van een taxirit. “De evaluatie van de BCT volgt in 2016. Dat is na aanpassing van de BCT aan de nog te ontwikkelen software door fabrikanten op basis van de nieuwe specificaties voor de BCT Deze evaluatie zal binnen een jaar na aanvang worden afgerond”, verwacht de staatssecretaris.

TTO

Oorspronkelijk was de evaluatie van de Taxiwet bedoeld om te bekijken of het TTO-systeem werkt om de kwaliteit van het taxivervoer in de grote steden te verbeteren. Positief is volgens Mansveld dat er na invoering van het TTO-model in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag meer zicht is op de lokale taximarkt.

“Taxichauffeurs worden uit de anonimiteit gehaald en zijn beter aanspreekbaar. De communicatie tussen gemeente en lokale branche en binnen de branche verbetert eveneens. De invoering van het TTO model vergt echter veel handhaving en extra capaciteit van gemeenten en taxiondernemers. Het leidt tot lastenverzwaring”, merkt Mansveld op.

Kwaliteitseisen

Cruciaal voor het succes van het systeem is de handhaving op de door de gemeente ingestelde kwaliteitseisen. Dit is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, politie én de taxisector zelf. “Onderzoeksbureau RebelGroup geeft aan dat er in deze samenwerking nog verbeteringen mogelijk zijn, ook in relatie met de ILT”, zegt Mansveld.

“Zo is de handhaafbaarheid van bepaalde regels lastig en is de handhavingcapaciteit zowel bij gemeenten als bij de ILT beperkt. Belangrijk aandachtspunt in dat verband is de zelfregulering binnen de taxisector, deze komt nog moeizaam tot stand. Het gaat hierbij met name om het elkaar aanspreken in de taxisector op het naleven van de gestelde kwaliteitseisen en de sanctionering indien dat niet het geval is. RebelGroup concludeert dat er nog een lange weg is te gaan en dat er twijfels bestaan of de taxisector in staat is te werken met een systeem van zelfregulering.”

Innovatie

RebelGroup concludeert dat de taxiregelgeving robuust is en innovatie en ontwikkeling niet in de weg staat. Ook kan de regelgeving indien nodig snel op innovaties inspelen zolang deze innovaties zich houden aan de gestelde kwaliteitseisen voor chauffeurs en voertuigen. “Het stellen van extra kwaliteitseisen aan het taxivervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, blijkt noodzakelijk om de problemen in de opstapmarkt te beheersen. De ILT zal in samenspraak met gemeenten bezien hoe de handhavingopgave waar Rijksoverheid en gemeente gezamenlijk voor gesteld staan, effectiever gemaakt kan worden”, schrijft Mansveld.

Verder wil de staatssecretaris het uitreiken van de ritbon in de regelgeving te wijzigen in een verplichting tot het aanbieden van de ritbon. Indien de reizigeraangeeft dat hij of zij geen behoefte heeft aan een bon, dan hoeft deze bon niet verstrekt te worden. Dat zou dan ook digitaal mogen, zoals bijvoorbeeld Uber doet.

Gemeenten

Verder blijkt uit de evaluatie dat het aantal gemeenten met een TTO-regelgeving de komende jaren niet verder zal toenemen. “Uitbreiding van de TTO-bevoegdheden aan meerdere gemeenten wordt niet uitgesloten, maar hier dient terughoudend mee om te worden gegaan”, vindt Mansveld.

“De uitkomst van de evaluatie onderschrijft deze zienswijze. De inzet van een TTO-bevoegdheid is een zwaar middel waarbij de taximarkt binnen de gemeentegrenzen wordt afgeschermd. Het vraagt bovendien veel van de gemeenten en de taxisector in termen van mensen en middelen. Deze meerjarige forse inspanning moet worden afgewogen tegen de ernst van de problematiek in de lokale taximarkt (bijvoorbeeld, het aantal verkeersonveilige situaties, gevallen van ritweigering, omrijden, of opstootjes tussen taxichauffeurs waardoor de openbare orde wordt verstoord).”

Taxiverordering

Daarnaast beschikt iedere gemeente over de aanvullende bevoegdheid om extra kwaliteitseisen te stellen, voegt Mansveld toe in de Kamerbrief. “De inzet van deze aanvullende bevoegdheid zou eerst moeten worden overwogen als probaat middel. Tot dit oordeel zijn ook de gemeenten ’s Hertogenbosch en Maastricht gekomen. In de gemeente Utrecht treedt in mei 2015 als eerste gemeente in Nederland een taxiverordening in werking op basis van die aanvullende bevoegdheid.”

Door alle maatregelen wordt de taximarkt nog verder vrijgegeven en bestaande regelgeving versimpeld. Het TTO-systeem wordt bevroren. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag gaan er mee door. Andere steden die meer invloed willen uitoefenen zullen extra kwaliteitseisen gaan stellen aan individuele chauffeurs, zoals een lokale stratenkennis-toets. Maar de verplichte groepsvorming wordt niet uitgebreid. De drempel om taxi-ondernemer te worden gaat omlaag en de lasten gaan afnemen voor alle taxi-ondernemers. Ook nieuwe toetreders kunnen daardoor makkelijk aan alle wet- en regelgeving voor de taximarkt voldoen.

Bron